DNWG Meetdiensten
Offerte Offerte aanvragen
Offerte Offerte aanvragen

Energietransitie: huiswerk voor de RES’sen

Blog Jan Dees, manager DNWG Meetdiensten,

De plannen van de 30 Regionale Energiestrategieën zijn geanalyseerd door het Planbureau voor de leefomgeving (PBL)

Doelen gehaald

Door alle Corona-aandacht zou je het een beetje vergeten, maar afgelopen week kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) met een tussentijdse analyse van de concept Regionale Energie Strategieën (RES’en). De plannen die uiterlijk in juni ingeleverd moesten worden, zijn door het PBL tegen het licht gehouden. En om gelijk maar met de deur te vallen: de doelstelling gaan we halen, ruimschoots zelfs. De optelsom wijst uit dat er volgens de plannen in 2030 maar liefst 50 terawattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit wordt opgewekt. In het klimaatakkoord is vastgelegd dat in dat jaar 35 TWh opgewekt moet worden. Het Nationaal Programma RES (NPRES) sprak dan ook van een ‘grote ambitie’.

Ruimtelijke inpassing

Euforie is echter niet op zijn plaats, want het PBL maakt een aantal kanttekeningen waar ik even bij wil stilstaan. De ruimtelijke inpassing van de gepresenteerde plannen wordt steeds meer een issue. Na het verzet tegen windparken die zich vooral manifesteerde in de Veenkoloniën, neemt ook de maatschappelijke weerstand tegen zonneparken toe. In 2019 liet Natuurmonumenten al weten dat vier op de vijf Nederlanders zich zorgen maken over het landschap. De grootte van de windparken, vaak enkele hectares, is daaraan debet. Daar wringt hem ook anderszins de schoen. De voorkeuren van regio’s voor kleinschalige, ruimtelijk makkelijk inpasbare installaties zijn vaak niet het meest kostenefficiënt qua netwerk, technologie en omvang, aldus het PBL.

Miljarden investering in elektriciteitsnetwerk

De plannen stellen de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk danig op de proef. Nu al zijn er problemen in landelijke gebieden waar van oudsher het netwerk minder robuust is, terwijl de zonneparken juist daar verrijzen. Zo kampen Groningen en Drenthe al enige tijd met krapte op het elektriciteitsnetwerk. Inmiddels is het geen ver van mijn bed meer geworden. De afgelopen maand lieten de regionale netbeheerder Enduris en Tennet weten de opgewekte elektriciteit van de zonneparken op Schouwen-Duiveland niet meer aan te kunnen. Om erger te voorkomen wil Enduris afspraken maken met de huidige en toekomstige eigenaren van zon- en windparken en energiecentrales over de levering van elektriciteit.
De Nederlandse netbeheerders hebben recentelijk laten weten dat ze in de periode 2020 – 2029 40 miljard euro moeten investeren in het net om de energietransitie te faciliteren.

Lange adem

Voor de financiering van hun investeringen hebben de netbeheerders al bij hun aandeelhouders aangeklopt. Het lijkt een uitgemaakte zaak dat de netbeheerkosten de komende jaren ook voor klanten (consumenten en bedrijven dus) zullen stijgen. Nu al bedragen de netbeheerkosten zo’n 20 procent van de totale elektriciteitskosten van de consument.

Maar dat is nog niet alles. Een huiseigenaar moet de komende jaren zijn woning verduurzamen; we moeten immers van het ‘gas los’.  Dat wordt voor veel huiseigenaren een investering die vraagt om een lange adem. Hetzelfde PBL berekende in een eerdere studie namelijk dat het weleens heel lang kan duren alvorens een investering is terugverdiend. Ter illustratie kwam het PBL met een huishouden dat zijn energielabel wil opkrikken van D naar energieneutraal in combinatie met energielabel B (dus gasloos, veel zonnepanelen en een warmtepomp). Daar zal het ongeveer  35.000 euro aan kwijt zijn. Dat levert maandelijks een besparing van 50 euro op aan woonlasten, niet genoeg om de investering over een periode van 30 jaar (!) terug te verdienen.

Wenkend perspectief

Met zulke vooruitzichten is het niet verwonderlijk dat het draagvlak voor de energietransitie tanende is. Nu duidelijker wordt wat de consequenties zijn, landschappelijk en financieel, neemt de scepsis onder de bevolking toe. Diezelfde bevolking die nog nauwelijks bij de discussie betrokken is geweest. De energietafels waren vooral het feestje van allerlei maatschappelijke groeperingen. Het helpt ook niet wanneer het boegbeeld van de energietransitie, Ed Nijpels als voorzitter van het Klimaatberaad, bij de kick off van het Zeeuws Klimaatakkoord roept de energietranisitie en zeker energiebesparing een “feestje voor de portemonnee is”.

Er wordt wel eens een vergelijking gemaakt met de energietransitie van kolen naar aardgas in de jaren zestig. Maar die vergelijking gaat mank. Toen leefde er onder de bevolking een gevoel dat er sprake was van een verbetering. Dat gevoel ontbreekt thans. In tegendeel: het wordt slechter, dat is nu het sentiment. Het belangrijkste onderdeel van het huiswerk is dan ook, het creëren van een wenkend perspectief, anders zijn mensen niet bereid te veranderen, zo wijst de geschiedenis uit.

Jan Dees,
Manager DNWG Meetdiensten